English
Home » Onderwijs » Docentengids » Rechtsgeschiedenis

Prof. mr. L.C. Winkel

 

Dr. E.K.E. von Boné

 

Prof. mr. T. Wallinga

 

 

Laurens Winkel: "Onrecht is duidelijker dan recht"

  • Studie Werktuigbouwkunde, Rechten hoofdrichting privaatrecht;
  • Gepromoveerd op 11-2-1983 op het proefschrift Error iuris nocet;
  • Universitair Hoofddocent;
  • Huidige functie: Hoogleraar Historische ontwikkeling van het recht sinds 1993;
  • Nevenfunctie: Raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam (sinds 1998).


Ik ben Rechten gaan studeren in 1969 na een test van de Rijkspsychologische Dienst. Ik studeerde eerst tevergeefs Werktuigbouwkunde in Delft vanwege grote (en blijvende) belangstelling voor de spoorwegen. In deze studie kreeg ik te maken met een bindend studieadvies (dat bestond vroeger ook al!), voornamelijk omdat ik niet technisch kon tekenen en geen goed ontwikkeld ruimtelijk inzicht bleek te hebben. Ik heb echter tijdens die studie veel geleerd over praktisch werken in de industrie en ik heb er uitstekend onderwijs in wiskunde en natuurkunde genoten, veel beter dan tijdens mijn middelbare school. Rechten was echter in mijn familie al een paar generaties traditie, zodat ik al in de zomervakantie van 1969 kon beginnen met inleidende boeken voor de rechtenstudie. Ik studeerde af met keuzevakken die niet wezen op latere specialisatie in de rechtsgeschiedenis. Mijn eerste – vergeefse - sollicitatie was bij de vader van de huidige minister van Sociale Zaken, die toen rechter was in het Europese hof in Luxemburg en een assistent zocht. Het onderwerp van mijn scriptie “Iedereen wordt geacht de wet te kennen” bracht mij echter meer en meer tot de Rechtsgeschiedenis. Aanvankelijk had ik een “toegevoegde arbeidsplaats” in de Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, maar mijn supervisor prof.mr. G.E. Langemeijer, oud-procureur-generaal bij de Hoge Raad, raadde mij aan over te stappen naar de rechtsgeschiedenis. Dat heb ik gedaan. Mijn ideaalbeeld als docent is mijn vroegere hoogleraar Pitlo. Die gaf zo hoorcollege, dat studenten uit alle faculteiten kwamen luisteren. Hij begon ogenschijnlijk volledig buiten de stof, totdat opeens een privaatrechtelijk probleem tevoorschijn kwam. Dat was absoluut fascinerend. Het doel van een hoorcollege gaat veel verder dan kennisoverdracht. In een goed hoorcollege leer je als student verbanden zien, die helemaal niet zo voor de hand lijken te liggen. studeren is veel meer dan alleen maar kennis opdoen, het gaat om het vinden van een bron van inspiratie die ook het gewone juridische handwerk zin moet geven.

Terug naar boven

 

Emese von Bóné: "Rechten zonder Rechtsgeschiedenis onmogelijk!"

  • Rechten in Rotterdam
  • Promotieonderzoek over De Familieraad in Nederland
  • Gepromoveerd: 12 juni 1992
  • huidige functie universitair docent


Ik ben geboren in de Verenigde Staten van Amerika uit Hongaarse ouders. Ik spreek zes talen. Na mijn middelbare school ben ik een jaar gaan werken in Parijs en daarna in Rome. Daarna ben ik Rechten gaan studeren aan de Erasmus Universiteit. Mijn keuze voor rechten was vooral pragmatisch want eigenlijk wilde ik kunstgeschiedenis en klassieke archeologie gaan studeren. Tijdens mijn studie kwam ik in aanraking met de rechtsgeschiedenis, die mijn voorliefde had boven alle andere vakken. Ik werd na mijn afstuderen aangesteld als AIO en kon 4 jaar lang proefschriftonderzoek doen. Ik ben voor mijn onderzoek veel in Parijs geweest, omdat ik een onderwerp gekozen had uit de Napoleontische tijd. Dit is ook mijn specialisatie geworden. Op het gebied van onderzoek publiceer ik veelal over de receptie van het Franse recht in de Nederlanden. Ik heb lezingen gegeven in Frankrijk, Spanje, Duitsland, Hongarije en België.
Op het gebied van het onderwijs geef ik het vak Historische Ontwikkeling van het recht in de bachelor. Verder verzorg ik het vak staatsrechtsgeschiedenis in de masters, waarin inzicht verkregen wordt in de ontwikkeling van onze staatsvorming vanuit een Europees perspectief op basis van staatkundige documenten en verlichtingsideeën.
Verder ben ik ‘professeur invité’ aan de ‘Faculté Libre de Droit’ van de Université Catolique in Lille in Frankrijk. Daar verzorg ik het vak ‘Comparative law’ in het tweede jaar in het kader van de ‘Licence Européenne’.
Naast mijn onderwijstaken ben ik vice-president en secretaris van de Société d’Histoire de Droit et des Institutions des Pays Flamands, Picards et Walllons, een gezelschap dat eenmaal per jaar een congres organiseert hetzij in Nederland, hetzij in België hetzij in Frankrijk. Tijdens deze congressen komen verschillende onderwerpen uit de rechtsgeschiedenis aan de orde.
In mijn vrije tijd reis ik graag en ben ik vooral te vinden op concerten aangezien ik een grote liefhebber ben van klassieke muziek en opera’s.

Terug naar boven

 

Tammo Wallinga: "Nihil obstat"

  • Klassieke Taal- en Letterkunde, Rijksuniversiteit Groningen
  • Nederlands recht, Universiteit Utrecht
  • Dissertatie: Tanta / Dédooken, Two introductory constitutions to Justinian’s Digest
  • Universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit; rechter-plaatsvervanger bij de Arrondissementsrechtbank Rotterdam; hoogleraar Geschiedenis van het Privaatrecht aan de Universiteit Antwerpen


Na een jaar ingeschreven te hebben gestaan als student Scheikunde in Groningen – het werkwoord studeren is niet op zijn plaats – vond ik mijn draai in de Klassieke talen. Tegen het eind van die studie belandde ik min of meer toevallig bij het Romeinse recht, en dat zijpad groeide langzamerhand uit tot de hoofdweg. Na vier jaar als niet-jurist aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit Utrecht werd het dan ook tijd voor een avondstudie Nederlands recht. Tegelijkertijd leerde ik als Universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar de Middeleeuwse en latere receptie van het Romeinse recht centraal staat in het onderzoek, steeds meer over de verbindingslijnen tussen het Romeinse en het moderne (privaat)recht. Dat is een fascinerend werkterrein waarop ik nog jaren uit de voeten kan en de combinatie van mijn beide studies me goed van pas komt: vooral voor de Middeleeuwen is er nog veel onuitgegeven bronnenmateriaal dat eerst uit de handschriften moet worden ontcijferd en tot bruikbaar Latijn omgevormd. Zo komen we steeds weer aan nieuw bronnenmateriaal voor de geschiedenis van de rechtswetenschap en de ontwikkeling van bepaalde leerstukken.
Een wereldvreemde geleerde? Ik hoop toch van niet. Deze studeerkameractiviteiten in het verleden worden in evenwicht gehouden door de hedendaagse toepassing van het recht. Ervaring in de rechtspraktijk heb ik aanvankelijk opgedaan als waarnemend griffier en later als rechter-plaatsvervanger bij de Arrondissementsrechtbank Arnhem, die ik in 2003 verruild heb voor de Arrondissementsrechtbank Rotterdam.
Sinds oktober 2006 ben ik deeltijdhoogleraar Geschiedenis van het Privaatrecht aan de Universiteit Antwerpen.

Terug naar boven