English
Home » Onderwijs » Docentengids » Inleiding tot de Rechtswetenschap

Inleiding tot de Rechtswetenschap

Mr. B.F. Beljaars

 

Mr.H.T.M. Kloosterhuis

 

Mr. A.J. de Roo

 

Mr. Dr. Sanne Taekema

Mr. Caren Heijne

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-----

Ben Beljaars

  • Juridische en Filosofische opleiding Universiteit van Tilburg.
  • Generalist met aandacht voor rechtstheorie en bestuursrecht.
  • Publicaties op het terrein van de rechtstheorie.
  • Universitair docent Inleiding tot de rechtswetenschap.


In mijn geboortestad staan verschillende prachtige sculpturen. Twee beelden zijn voor mij van bijzondere betekenis. Zij staan symbool voor de relatie kunst en recht. als je zoals ik gespeeld hebt aan de voet van Zadkine’s verbeeldingskracht ‘De verwoeste stad’ dringt onwillekeurig de vraag zich op: ‘wat is recht?’. Een vraag die je met verschillende intonaties hardop sprekend aan jezelf kunt stellen en als je de betekenis daarvan begint te doorgronden, dan weet je dat je aan het begin staat van een juridische zoektocht die nooit meer eindigt. Al spelend en rennend kwam je, de straat overstekend, bij een ander beeld terecht. Wij noemden hem ‘De man met het boek’, maar wie was hij? hemelsbreed stond hij, afgewend van die prachtige plek bij de Leuvehaven, op een steenworp afstand van het herrijzende nieuwe stadshart. De wereldberoemde filosoof schreef in het Latijn, de wereldtaal van zijn dagen, aan zijn vriend Thomas Morus over Moria die de Dwaasheid personifieerde. Vrienden onder elkaar wisselden gedachten, ideeën en wetenschappelijke theorieën uit. Zij stonden voortdurend met elkaar in contact. Dat leek mij wel wat. ‘The man for all seasons’ zoals de rechtsgeleerde Thomas Morus uit Engeland genoemd werd, had een boekje geschreven over een niet bestaand land, ‘utopia’. Dat intrigeerde mij in hoge mate. Waarom schrijf je over een samenleving die naar het rijk der fabelen gewezen kan worden? Wetenschapper, politicus en jurist zijn, kan dat wel, zo vroeg ik mij af. een combinatie die in die tijd niet ongewoon was. ook Machiavelli bleek die wonderlijke attitude te bezitten. Als hij ’s avonds terugkeerde van zijn diplomatieke arbeid voor de familie De Medici te Florence, opende hij een fles wijn, trok zijn toga aan en zocht inspiratie in de wereldliteratuur. Staande achter zijn lezenaar creëerde hij een meesterwerk ‘Il principe’. het eerste boek dat op systematische wijze de politieke handelwijze van de heerser onderzocht. geen speculaties, maar theoretische inzichten over het gebruik van macht en gezag. Met die jeugdontdekkingen in mijn bagage ben ik begonnen aan mijn bestuursrechtelijke en rechtsfilosofische vorming. De overleden Rotterdamse dichter en jeugdvriend Theo verhaar schreef in ‘valscherm voor Erasmus’ de volgende anekdote:

‘De schildpad die een droomstart kent en meteen aan zijn eindschot is begonnen, maakt van zijn meters een muur, stuit op zijn voorsprong, vergroot zijn kans te worden ingehaald. Wint op afstand.’

Wie zo aan zijn studie begint weet dat de uitdaging begonnen is.

Terug naar boven

 

Harm Kloosterhuis: "Alles is eindig, Ook het recht"

  • Nederlandse Taal- en Letterkunde & Nederlands recht;
  • Gepromoveerd;
  • 1986- 1999 docent juridische vaardigheden aan de EUR; 1998- 2001 docent Inleiding tot de rechtswetenschap aan de universiteit van Aruba;
  • 1999- heden docent Inleiding tot de rechtswetenschap en rechtstheorie aan de EUR.


Ik werk bij de sectie Inleiding tot de rechtswetenschap en rechtstheorie. In alle vakken die wij doceren, proberen wij te laten zien dat er in de verschillende rechtsgebieden veel gemeenschappelijke thema’s zijn te identificeren. Wat is bijvoorbeeld de aard van ons rechtssysteem als geheel van regels en beginselen? Welke rechtsbronnen kunnen we gebruiken? Op welke wijze gaan juristen te werk als zij een casus oplossen? Welke interpretatiemethoden gebruiken zij? Wat is een aanvaardbare motivering? Een goed jurist moet niet alleen vakspecifieke kennis hebben, maar ook generalistische, wat meer theoretische kennis. Wie cruciale jurisprudentie analyseert, ontdekt hoe belangrijk die algemene theoretische kennis kan zijn. Tijdens mijn eerste studie – neerlandistiek – heb ik me gespecialiseerd in argumentatietheorie. In die tijd raakte ik geïnspireerd door het werk van de rechtstheoretici Neil MacCormick en Robert Alexy. Zij laten zien hoe belangrijk inzichten uit de filosofie en de argumentatietheorie zijn voor de theorie, de dogmatiek en de praktijk van het recht. Ook demonstreren zij hoe je rechtstheoretisch onderzoek moet doen: systematisch en met een duidelijke lange termijn visie. Ik vond hun werk zo interessant, dat ik de rechtenstudie erbij heb gedaan. sindsdien liggen mijn onderzoeksactiviteiten op het terrein van de Juridische argumentatietheorie.
Samen met anderen, in de sectie, in de faculteit, maar ook met collega’s in binnen- en buitenland doe ik onderzoek naar vragen over de rationaliteit van juridische argumentatie. Het is een fantastisch onderzoeksgebied met een rijke wetenschappelijke traditie en een schat aan analytische en empirische vragen (jurisprudentie). Ook is het onderzoek internationaal goed georganiseerd. Wanneer je op een congres in Canada met een Japanner het werk van een Duitse rechtstheoreticus bespreekt, besef je dat je als wetenschapper niet alleen een faculteit, maar ook een vakgebied bewoont.
Ten slotte heeft het onderzoek een duidelijke relevantie voor de rechtspraktijk en het juridisch onderwijs. Denk maar aan het belang van het goede pleidooi van de advocaat en de overtuigende motivering van de rechter. Wij publiceren dan ook niet alleen voor het wetenschappelijk forum, maar ook voor practici en voor het onderwijs. Dat loont de moeite.

Terug naar boven

 

-----

Annie de Roo

  • Rechten aan de EUR;
  • Dissertatie: ‘ Settling labour disputes in Europe’ (1994);
  • universitair docent rechtsvergelijking ;
  • universitair docent Inleiding tot de rechtswetenschap (vanaf 2004).


Een reden waarom ik ooit zelf heb gekozen voor de studie Rechten was de gedachte dat vooral het recht een bijdrage kan leveren aan het verwezenlijken van rechtvaardigheid.De dagelijkse (rechts)praktijk laat zien dat dit niet altijd het geval is. Het heeft mij geleerd dat ook via andere wegen rechtvaardige oplossingen bereikt kunnen worden. Bijvoorbeeld via onderhandelingen en mediation. Mediation is een methode waarbij een neutrale bemiddelaar probeert partijen beter en constructiever te leren onderhandelen zodat zijzelf uiteindelijk hun conflict kunnen oplossen. Binnen juridisch nederland staat mediation momenteel sterk in de belangstelling. In 1994 heb ik het keuzevak ‘Alternative Dispute Resolution: theory and practice’ opgezet waarbij studenten zelf in rollenspellen kunnen ervaren wat het betekent om conflictpartij dan wel bemiddelaar te zijn en om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het behandelen en oplossen van een geschil in plaats van dit uit handen te geven aan de rechter.
Als mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun problemen/geschillen, zullen zij leren oog te krijgen voor de belangen van anderen en daarmee mogelijk ook de bereidheid ontwikkelen om medeverantwoordelijkheid te nemen voor de problemen van de ander. Dit kan bijdragen aan een samenleving waarbij mensen betrokken zijn bij elkaar, met behoud van hun zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. Deze gedachte ligt ook ten grondslag aan het ontwikkelingswerk van stichting Simavi, een ontwikkelingsorganisatie waarvan ik in mijn vrije tijd secretaris-bestuurslid ben. Simavi is een organisatie die in ontwikkelingslanden projecten ondersteunt op het terrein van sanitatie en gezondheidszorg. De bedoeling van deze projecten is ook nu weer dat mensen vaardigheid en kennis opbouwen om zelf het beheer in deze zaken te voeren en daarmee duurzame zelfstandigheid te verkrijgen. In dit licht hoop ik dat ook de studie Rechten in Rotterdam ‘meesters’ zal afleveren die niet alleen bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf maar ook voor anderen.

Terug naar boven

 

Sanne Taekema: "Studeren is denken en doen"

  • Studie: Filosofie en Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam
  • Promotie: In 2000 op de rol van idealen in het recht
  • Werk: Van 1995-2008 werkzaam bij Rechten aan de Universiteit van Tilburg
  • Sinds 2008 universitair hoofddocent Inleiding tot de rechtswetenschap en rechtstheorie aan de EUR.


Na een jaar studeren in de Verenigde Staten begon ik aan een studie filosofie. Erg leuk om te doen, maar na een tijdje begon het toch te knagen: wat heb je daaraan? Dus ging ik rechten erbij doen, met niet al te hoge verwachtingen omdat een advocaat mij had verteld dat recht pas leuk werd ná je studie. Het viel reuze mee. Het mooie van rechten is dat het met van alles in de samenleving verband houdt en dat het allerlei verschillende vragen oproept, van heel praktisch tot heel theoretisch.
In mijn onderzoek leg ik de nadruk op de theoretische vragen naar de grondslagen van het recht, vanuit het idee dat het recht meer is dan een systeem van regels. Ik heb onderzoek gedaan naar de waarden van het recht en houd me nu bezig met thema’s als het rechtsbegrip, recht en rechtvaardigheid, de rol van burgers in het recht en niet-statelijk recht. Een belangrijk onderwerp in zowel onderzoek als onderwijs is de methodologie: volgens welke methoden gaan juristen te werk? Daarbij ben ik vooral geïnteresseerd in de overeenkomsten en verschillen met andere wetenschappen. Wat is er zo bijzonder aan de rechtswetenschap? En kunnen we als juristen ook iets leren van bijvoorbeeld de literatuur?
In de colleges Inleiding tot de rechtswetenschap probeer ik de basis en de breedte van de rechtenstudie te laten zien, die reikt van de praktische vraag hoe je een casus oplost tot de theoretische vraag wat het recht eigenlijk is. Als student zul je zelf je weg moeten vinden in het recht en moeten uitvinden wat voor jou fascinerend is.

Terug naar boven

 

Caren Heijne: "Dwing niet af als een recht, wat je ook als gunst kunt vragen."

  • Studie: Erasmus Universiteit Rotterdam - afstudeerrichting Strafrecht
  • Functie: Wetenschappelijk docent Inleiding tot de rechtswetenschap en Oefenrechtbank
  • Momenteel bezig met de opleiding Criminologie


Ik ging rechten studeren omdat me dat een heel brede opleiding leek en ik nog niet wist wat ik nou precies wilde.

De massaliteit en anonimiteit op de universiteit vond ik in het begin erg lastig. Het is een groot verschil met de middelbare school waar je alle medeleerlingen en docenten kent. Gelukkig went het snel.

Naast mijn studie heb ik altijd gewerkt. In mijn derde jaar ben ik als juridisch medewerkster gaan werken op een advocatenkantoor gespecialiseerd in strafrecht. Er was destijds maar een advocaat werkzaam bij dit kantoor, die mij bij een heleboel strafzaken betrok. Ik mocht dossiers voorbereiden, mee op bezoek naar gedetineerde cliënten, mee naar zittingen, of naar een reconstructie. Toen ging het recht voor mij pas echt leven. Strafrecht, dat was het!

Ik raakte steeds meer geïnteresseerd in de mens achter ‘de crimineel’. Tijdens mijn master Strafrecht heb ik besloten om daarnaast in deeltijd criminologie te gaan studeren. Ik hoop deze studie volgend collegejaar af te ronden.

Naast de casuswerkgroepen van Inleiding tot de Rechtswetenschap geef ik het vak Oefenrechtbank. Dit vak is de afsluiting van de bachelorfase. Er wordt een gerechtelijke procedure nagebootst waarin de studenten de tijdens de studie opgedane kennis in praktijk kunnen brengen. De deelnemers krijgen een casus die gedurende het collegeblok inhoudelijk moet worden voorbereid en uiteindelijk tijdens de eindopdracht op de Rechtbank Rotterdam wordt bepleit ten overstaan van een rechter, een advocaat en een docent van de universiteit. Een praktisch vak, heel spannend, maar ook een ontzettend leuke uitdaging.

Terug naar boven